1 / 8 / 1947

Lindenstam terug naar Zwitserland in aug. '47

Verslag Bob Van Steenkiste uit het archief


TREKTOCHT ZWITSERLAND

1 - 16 Oogst 1947

 

Zaterdag, 10 Mei, na de R.T. bijeenkomst, greep de eerste vergadering plaats voor de tweede trek naar Zwitserland. Voilà heren, we beginnen ermee. Eerst enkele punten van praktische aard,... en daar ging de trein aan het bollen. Data van inleveren van de aanvragen tot passen en van vertrek werden vastgesteld, financiële en administratieve regelingen werden afgehandeld en "voorts van de rest wees stipt in hetgeen we u vragen en uw reis wordt een succes"

 

Maanden,weken en dagen kruipen voorbij maar stilaan wordt onze droom meer en meer werkelijkheid, eerst onder de vorm van reclamebrochures en plan van de tocht, later onder de vorm van een reisbiljet en “Ferienticket”.

 

Vrijdag 1 Oogst

 

14.50 uur. Vier stoere kerels staan van ongeduld te trappelen in de hall van het Centraal station te Antwerpen. Ondanks het niet verschijnen van Roger Siegers wordt besloten toch naar Brussel te vertrekken er op vertrouwend dat de telaatkomer op een of andere wijze zijn "place réservée" te 15.50 zal innemen. En zoals voorzien komt enkele minuten voor het vertrek van de luxetrein, die in het buitenland een uiterst gevleid beeld van ons treinmateriaal geven wou en waarin we een reis zouden maken met een ongelooflijk comfort, Roger Siégé aangesnord. 16 is nu volledig.

 

We beginnen ons coupé voor een verblijf van dertien uur in orde te maken. Valiezen en koffers worden geschikt en elk zoekt een knus plaatsje in de zacht verende kussens? Op mysterieuze wijze wordt er met briefjes van besproken plaatsen gejongleerd en fungeert kauwgom als colle. Ondertussen is het vertrek reeds gegeven en rijdt de modeltrein van de N.M.B.S. door het golvend Brabants landschap.

 

Rond 17 uur begint elke ploeg een kleine expositie te houden van allerhande dozen. Van spaghetti tot en met het wonderbare Andrews Salt met alle mogelijke onderverdelingen, waaronder grapefruit juice en nugget shoe-polish. Ottignies.. ..Namen....Jemelle... .Aarlen....en rond 20.30 u rijden we Luxemburg binnen. Spijtig genoeg hebben we dit jaar geen kans om de nationale drank der Luxemburgers te gaan proeven en uit wraak vullen we onze drinkbussen met “chateau de la pompe”.

 

Bettemburg....De Oubaas die langs alle kanten aan het zwellen is, dreigt te ontploffen. Biljartbollen teisteren zijn rechteroog en wang.

 

 

In Thionville maken we kennis met "mirabella"dank zij het speurend oog van Roger Siegers. Hier treffen we maatregelen om de nacht op een min of meer slapende wijze door te brengen en na de nodige coupés hiervoor in beslag genomen te hebben ligt vanaf Thionville heel 16 in een schokkende slaap gedompeld.

 

Zaterdag 2 Oogst

 

Rond vier uur twintig bereiken we Mulhouse. De eerste morgenschemering breekt door en alle slaappogingen worden opgegeven. Met stramme leden en wrange mond verlaten we onze wagon-lits en maken we ons klaar om in een waardige houding Zwitserland binnen te rijden.

 

Een gevoel van fierheid overstroomd ons wanneer we van den Belgische treinvloer op de Zwitserse bodem springen, maar spoedig ontdekken we dat we met evenveel charme in Zwitserland als in België kunnen aanschuiven en gecontroleerd worden. Jos Braekmans en Bob Plompen krijgen de vriendelijke invitatie hun valies te ledigen en de inhoud te exposeren. De tolbediende die deze respectabele rij Amerikaanse fabrieksmerken op een niets ontziende wijze zag verlengen, vreesde hierdoor voorzeker een al te grote inmenging van vreemde trusts en weigerde in een opwelling van patriottisme het magisch kruisje op de pakmand te zetten. Dank zij de onderlegdheid in de Germaanse taal en de overredingskracht van de Oubaas liet de Zwitserse douane deze enkele twintigtallen doosjes spijts alles het land binnen.

 

De overwinning van onze vieux patron wordt dadelijk gevierd met een warme koffie in het hotel van het station, waar Georges Peeters ons komt opzoeken die zo juist is aangekomen van Luzern en nu naar België terugreist. Verbrand en reeds in vervellende toestand meldt hij ons de laatste berichten en zo vernemen we de machtige exploten van 16 op de Titlis en de angstwekkende momenten van de commissaris, de secretaris en 0 wee in een soort Sesselbaan. Alsook de toestand der commissariale lippen en de bruinheid van Baas Rijk.

 

Onze eerste kennismaking met Basel Stadt bestond in een wandeling naar het ravitailleringbureau. De frisse gebouwen met vers geschilderde luiken en veelkleurige versieringen, de gladde macadamwegen, de vriendelijk toeknikkende voorbijgangers, dit alles overgoten met een stralende zon brengt ons in vervoering.

 

Wat ons aanstonds het meest treft in het bestaan der Zwitsers is hun kalmte, hun soberheid in uitdrukking, hun bezadigdheid. Van natuur uit zijn ze gedisciplineerd. Wat een Fransman eens geestig zei is meer dan waar: "en Suisse tout ce qui n'est pas défendu est obligatoire".

 

De poort van Zwitserland lacht ons toe, verwelkomt ons en nodigt ons uit verder te rijden. Dit doen we dan ook en reeds om 12 u rijden we na een zeer democratisch boterhammendiner in de hall van het station naar Luzern. Roger Siegers en Fernand Melort knopen een zeer internationaal gesprek aan met Fransen en met een kostschool uit Essex op vakantiereis. Een miss vergast ons op chocolade met rozijnen wat de Oubaas niet schijnt te bevallen, daar hij altijd maar zijn hoofd door het venster steekt en verdachte mondbewegingen uitvoert.

 

Onze elektrische trein snelt reeds door het bergachtig landschap. Links spiegelt zich het blauwe Sempachmeer en rechts wijst de Oubaas ons Eiger,Mönch en Jungfrau aan. Heel de horizont verheft zich in een opeenvolging van beboste en besneeuwde toppen en wanneer onze blik zich naar beneden richt, nodigt de onbeweeglijkheid van het meer en van de dorpjes ons uit tot dromen.

 

Overal wappert nog de Zwitserse vlag daar het gisteren nationale feestdag geweest is, wat in dit land en vooral in de bergen op een zeer typische wijze gevierd wordt. Grote vreugdevuren op de toppen der bergen, feeërieke verlichting van de steden en dorpen geven aan het land een sprookjesachtig uitzicht.

 

13.50 u. Luzern. Op de kade ontwaren we de veteranen,die de schachten komen afhalen. De Engelse kostschool verlaat joelend en uitgelaten de trein en te midden van G.I.'s en C° begint 16 rugzakken en valiezen langs deuren en venster te exporteren. Plots grijpt een grote consternatie ons aan. De blauwe valies van Braekmans-Plompen is op mysterieuze wijze verdwenen.Dit feit wordt klassiek in de annalen van 16. Ook verleden jaar verdween een valies; toen was het een volle, nu gelukkig is het maar een lege.

 

Intussen is het verkeer op de kade een weinig verminderd en zetten we ons in beweging naar het kantonnement dat in een parochiaal Jugendheim gelegen is. Stromend water gas, salon, eet- en slaapkamer,alle comfort.. .Voorwaar, Voortrekkerij is op nieuwe banen. Deze vaststelling wordt door de aalmoezenier op een sarcastisch "mag het niet “ onthaald. Na een verfrissende zwempartij gaat iedere ploeg uit op ravitailleren en rond 18 u is iedereen duchtig aan het koken.

 

De leiding heeft spijts de nodige voorzorgen geen aardappelen genoeg. Oubaas Feyens spaart ze uit zijn mond voor anderen.....maar hij weet waarom. Een bezoek aan de Kapellebrücke en het Löwendenkmal, opgericht in 1821 ter nagedachtenis van de Zwitsers gesneuveld bij de verdediging van de Franse koninklijke familie en van deze die gemassacreerd werden in 1792. De pittoreske Weinmarkt met haar elegant fonteintje (een hobby voor Jos Braekmans) en geschilderde gevels.

We keren terug langs het Vierwoudstedenmeer, waar een indrukwekkend zicht op Pilatus en Rigi deze avondwandeling besluit.

 

Bij 't Heim horen we de baas en Siegers een duo in fa groot lawaai geven en spoedig zitten we in een kring "aan de riemen te trekken" en "komen getreden" afwisselend met “cheerio” en “rond de kamer vloog een vlieg”. Enkele kalmere liederen en het avondlied brengt ons in rustiger stemming. Na de eerste avondzegen op vreemde bodem ligt iedereen weldra in het land der dromen na een vermoeiende dag blij en gelukkig en vol verwachting naar wat morgen brengen zal.

 

Zondag 3 Oogst

 

Vroeg uit de veren. H.Mis, ontbijt en daar gaat het naar Interlaken. Na Alpnachstadt maken we voor het eerst kennis met het tandradspoor. Sarnen ligt reeds achter ons en we klimmen naar 1035 de Brünigpas. Meiringen...Brienzermeer... Brienz...Van hieruit hebben we een prachtig zicht op het meer en tussen de bergen zien we de sneeuwtoppen van het Berner Oberland opdoemen. Roger Siegers schijnt opeens veel belang te stellen in de Zwitserse klederdracht de Oubaas maakt foto's.

 

Van Interlaken waar we zeer democratisch dineren, marscheren we gedurende 3/4 uur op naar Wilderswil. Onze dorstige kelen worden aan de klassieke spuit gelest en dra gaat de reis met de B.O.B verder. We volgen de Lütschine, bereiken Zweilütschinen en bemerken links achter ons de Schynige Platte, het doel van de tocht van morgen.

 

In Lauterbrunnen zoeken we dominee Jungers op, die zeer bereidwillig zijn “Wiese” afstaat. De Trümmelbach waarnaar we met een lift in de berg gebouwd opklimmen, heeft zich binnen in de rotsen een weg gebaand en dondert met een overweldigend gedruis en snerpend gefluit naar beneden. Deze waterval, misschien wel de schoonste en indrukwekkendste van heel Europa geeft een machtig beeld van de erosiekracht die het water hebben kan wanneer het aan zichzelf is overgelaten.

 

De stijlrechte wanden van circa vijfhonderd meter hoogte vanwaar de Staubbach in stof verpulverd naar beneden valt en in de verte de besneeuwde reuzen van het Oberland, dit alles overkoepeld door een hemelsblauwe lucht is een van de schoonste en meest pakkende beelden die we in ons hebben opgenomen. Qp de terugweg is een glas melk een aangename verfrissing, zelfs dan wanneer de aalmoezenier met een zekere zwier en elegantie zijn geldbeugel weet te hanteren om een gebroken glas te betalen.

Op de kampplaats aangekomen begint dadelijk het kookfestiva1 en rnassa's spaghetti worden met een glimlach op het gezicht en een kramp in de buik verorberd. Na een kampvuur waarvan de Oubaas het centrum onzer belangstelling is en dat zich daarop beperkt tot een nummer van financiële aard, begeven we ons allen vroeg naar ons paleis daar morgen de dag zeer vroeg beginnen zal.

 

Maandag 4 Oogst

 

Bij 't kraaien van de haan stappen we op de baan....'t Is nog maar 4.15 u en reeds dreunen onze benagelde schoenen op de macadam naar Wilderswil. Vandaag klimmen we op naar de Schynige Platte (1977 m).

 

Na te Wilderswil de rugzak aan het station te hebben overgelaten bij de secretaris die ze per tandradspoor naar boven zal convoyeren begint de eerste beklimming. De veteranen van de Titlis voorop en traag maar zeker, maar zeker traag bestijgen elf zestieners de Schynige Platte. Te Breitlauenen wordt iets gegeten en geven de Baas en Siegers ons een staaltje van hun vreemde taalkennis en expressiekracht (vooral dit).

 

Prachtige gezichten op Jungfrau, Mönch en Eiger belonen onze inspanningen en de lichtmeter van Siegers treedt in werking.12.05 u : aankomst aan het station waar we onze rugzakken in ontvangst nemen. Andrew Salt, nafta vuren, thee en een “dolce far niente” in het bruinend zonnetje. Koeien met bellen of bijna bellen met koeien en een regenvlaag komen ons teisteren en jagen ons een alpenhut binnen. Hier verblijven een viertal herders die de koeien in de Zomer naar de alpen voeren en hoeden en van de melk kaas bereiden. Een groot vuur waarboven een ketel in het midden van de ruimte,aan een draaibaren pikkel, enkele kleine emmers, een tafel,stoelen en dit alles doordrongen van een wrangen koeiengeur, ziedaar waar we schuilden tijdens de regen.

 

't Nat blijft vallen en we worden gedwongen in een Massenlager onzen intrek te nemen. De kookfeesten nemen een aanvang, snel heeft iedereen gegeten en vermoeid van die eerste beklimming liggen we dra op de strozak. Alleen Siegers is in het café nog een café au lait gaan degusteren terwijl hij zijn reeds lange brief met nog enkele bladzijden verlengt.

 

Dinsdag 5 Oogst

 

"Trek uit die licht en ruimte mint"

Uit gewoonte reeds waren we om 3.3O u op. Wassen (vooral dit) en 't ontbijt gingen snel van der hand en ongeveer een uur later verlieten we langs een weg,bezaaid met reusachtige “schynige platten” ons Massenlager.

Nu begon de revanche van de Faulhorn. Langs een uiterst woeste streek, te midden van hoge, grauwe rotsen klimmen we langzaam met de rugzak en soms omhangen met het zeiltje naar de 2.683 meter. We wanen ons in een Indische tempel, dan weer in de steppen van Texas.

 

De inwendige mens wordt niet vergeten en een glas warme melk met enkele boterhammen is een wonderbare quick-me-up. Na vier uur dertig marcheren bereiken we de Faulhorn om weer niets te zien. Gelukkig hadden we een half uur te voren een machtig zicht gehad op Wetterhorn, Schreckhorn, Mönch, Eiger en Jungfrau. De fotodienst kwam in actie. In het hotel worden snel enkele kaarten gekocht, beschreven en bestempeld en daar gaan we naar de Bachsee, waar we juist in een vissershut kunnen gaan schuilen. Voorwaar 't weder valt niet mee,maar treuren we niet want "'t druipende nat lach er om". Lijk kiekens op een stokje zitten we warm bij elkaar en luisteren naar de kwajongensstreken en de toekomstplannen van onze Italiaan. Hier werden heroïsche plannen gesmeed tot de beklimming van de "Sardinenhorn" maar....

 

Bij 't vertrek om 14.30 u vindt Melort zijn vest niet die hijzelf in zijn rugzak heeft gestoken. "Der du,der dumme du..." Aelfluh : snel een foto bij de bron en typische hutten en weerom dalen en zweten we. Hielen en kuiten ondergaan een reeks martelingen en rauwe peen met aardappelen kwikken ze op. Tijdens een rust verdwijnen plots twee mannen, maar in Grindelwald vervoegen de verloren schapen hun herder.

 

Hier zijn de Aborte zeer interessante plaatsen, vooral als men een heel pak chocolade moet opeten eer men er af mag. Ondertussen zoeken de V.T.L. en A een geschikte slaapgelegenheid en na allerlei peripetieën, waarbij we voor Noren, Zweden en Tsjechen doorgaan,komen we in een school terecht waar we in een klaslokaal ons logement innemen.

 

Wat onze fysieke toestand betreft, deze is uitstekend behalve voor de Oubaas. De zweren krijgen angstwekkende afmetingen en gelijken al op “schynige platten”. De Baas,van zijn kant trekt maar gedurig de blaadjes van zijn kalender en vervelt dat het een lust is voor het oog van die nog niet verbrand zijn.

 

Een goed souper verhoogt de moraal onzer gelederen en verheugd over onze prestaties liggen we reeds om 10.50 u in een slaap gedompeld. Een welverdiende rustdag is in het vooruitzicht.

 

Woensdag 6 Oogst

Deze dag staat in het teken van de recuperatie. De voormiddag wordt aan toilet, ravitaillering en voorbereiding van het middagmaal besteed. 's Namiddags trekken we (zeer mondain) naar de Oberer Grindelwaldgletcher , waarin de ijsgrot uitgehouwen is. Een stemmige " 0 Dennenboom " en een daverende "Trek aan de riemen " rond de dennenboom in het midden van het ijszaaltje zet de kroon op dit klimpartijtje. Een klein schuifincident van de Ferre op de gletsjer leert ons de verraderlijke gladheid van het ijs kennen en is reeds een goede leerschool voor de dag van morgen.

 

't Gedistingeerd Engels gezelschap bij onze afdaling naar Grindelwald toont dat de hoffelijkheid bij de V.T's geen ijdel woord is maar ook dat de leiding op perziken verzot is. De Aalmoezenier die ondertussen naar een gids heeft uitgezien, geeft ons de laatste wenken voor de tocht van morgen. Na een liquidatie der valiezen worden deze naar Zermatt voort gestuurd., Onderwijl zit Jos naar een goede ziel te wachten die hem de nodige materialen zou bezorgen om hem van het Abort te helpen.

 

Na het avondeten wordt in het kort het reisplan voor morgen uiteengezet : met de J.B. tot boven aan de Jungfraujoch klimmen en dan met een gids langs de grote Aletchgletjer naar de Concordia en vandaar verder naar de Märjelensee.

 

Niet lang meer wordt er nog gebabbeld want de zware dag die in het vooruitzicht is zal veel van onze krachten vergen.

 

Donderdag 7 Oogst

 

De eerste bergtrein voert ons langs alpenweiden naar de Kleine Scheidegg, vandaar dan door een lange tunnel naar de Eigergletjer...Eigerwand. Hier kunnen we door grote gaten in de rotswand een blik naar buiten werpen. Machtig strekt zich voor ons een sneeuwblank panorama uit waarin majestueuze granietkammen de witte eentonigheid met de blauwe lucht verenigen.

 

"Instiege" klinkt het in Schweizer Deutsch en we klimmen verder in de donkerte naar station Eismeer. De Eiger waarin we helemaal gedraaid zijn verlaten we en door de Mönch gaat het verder. Deze tunnel, een triomf van het menselijk vernuft en volharding, brengt ons op een hoogte van 3.457 meter aan het Jungfraujoch. 't Verwarmde Berghaus doet ons deugd want er buiten heerst er bijtende koude. Hier wordt ons de gelegenheid geboden kaartjes te versturen met de fameuze stempel en om vanaf een galerij een blik te werpen op de Jungfraufirn.

 

Indrukwekkend breed kronkelt deze gletsjer zich tussen twee rotskammen weg. Hij is slechts een grote cañon, ingesloten door de Jungfraujoch, rechts de Trugberg en links de Kranzberg,en die zich in de ruimte schijnt uit te storten.

 

Onze gids Gottfried Steuri, heeft zich ondertussen reeds klaargemaakt en om 9.30u begeven we ons naar de opening in de berg die toegang verleent tot de ijsvelden.

Het anseilen, het zonnebrillen en daar begint 16 de tocht over Europa's grootste gletsjer. Eerst volgen we een paadje in de sneeuw, maar spoedig staan we te midden van een 25 kilometerlange en 1.700 m breed sneeuwveld tussen de hoogste toppen van het Berner Oberland. We bemerken niets meer van het omliggende landschap.

 

Vaag onderscheiden we, ginder ver over de ijsbanken een grote diepte op wier bodem mensen leven. Enkele toppen tanden in de verte de blauwe oneindigheid uit, maar al wie ziet, denkt er voelt wordt gevat door de wanden die hem beheersen, neerdrukken, bedelven en op het punt schijnen te staan neer te storten op de avonturiers, die hun mysterieuze eenzaamheid durven schenden.

In zigzag om de breedste kloven te vermijden en door over smallere te springen dalen we in 3 ploegen naar beneden :

 

Eerste ploeg : Bergführer, de secretaris, Van Steenkiste, Rijk.

Tweede ploeg : Melort, Braekmans en Feyens.

Derde ploeg : Siegers, Peeters, Plompen, Van Laeken en de

commissaris.

 

De lichtmeter van Siegers bewijst goede diensten en alle hachelijke toestanden, die we dank zij onze stalen zenuwen en onversaagde moed nochtans overwinnen, worden vereeuwigd.

 

Een gefluit, dat onze gids soms horen laat, betekent een ingewikkelde of moeilijk te vinden weg, maar 't duurt niet lang of reeds hakt hij trappen in een ijsmuur met zijn pikkel en weerom springen we over een 700 m diepe kloof. "De koord niet over de grond laten slepen" : 't zijn de mannen van de Titlis die als ervaren alpinisten ons de les spellen.

 

Na een gedenkwaardige klauterpartij bereiken we om 13 u de Concordiahütte. Van hier uit hebben we een enig gezicht op de samenloop van drie gletsjers: de Langgletscher, de Oberaargletscher en de Aletschgletscher. De gelijkenis met la place de la Concorde van Parijs heeft die naam aan de plaats en de hut bezorgd.

 

Hete thee is een wonderlijk quick up middel. We gebruiken het middagmaal en te 14 u dalen we met doodsverachting. Een uur later bevinden we ons terug op de gletsjer na eerst losse rotsblokken beklauterd te hebben. Voort gaat het langs de moraineweg in het midden van de gletsjer in de richting van de Eggishorn. Op onze vraag of we goed kunnen volgen, antwoordt Steuri aanstonds "Sie folgen prima" waarop onze neuzen zich op een verdiende wijze krollen.

 

Om 18.30 u bereiken we de vaste aardbodem en bekijken met fierheid onze prestatie. De koorden worden losgemaakt, enkele foto's nog van de Bergführer en we wandelen op zoek naar een slaapgelegenheid langs de Märjelensee. Hierin drijven enkele ijsbergen onder de brandende zon in het blauwe water rond.

 

Twee herdershutten bij het heilig water worden op aanwijzen van de gids in bezit genomen en spoedig één ervan in Krankenhaus omgetoverd. De zieken Melort en Van Steenkiste worden "bepluimd" en krijgen massa's warme melk waarna ze spoedig inslapen. In de andere hut echter wanen ze zich in een soort hotel en Siegers die als garçon fungeert bedient ieder van een pijama-cognac. Nochtans duurt het niet lang of ook zij worden overmand door de slaap en dommelen spoedig op hun savooibladeren matras in.

 

Vrijdag 8 Oogst

 

Na een goede een verkwikkende nachtrust is alle moeheid uit de benen. Een verfrissende waspartij aan het heilig water een stevig ontbijt en we trekken voort naar het hotel Jungfrau.

 

Aan het hotel staat een grote verrassing ons te wachten ; we ontmoeten er Vater und Sohn van verleden jaar. Handdrukken en levendige gesprekken over het doel van de beide tochten en foto's ziedaar de bijzonderste activiteiten van dit grosse Zufall.

 

Na dit klein oponthoud splitst onze groep, Van Laeken en Van Steenkiste dalen rechtstreeks af naar Fiesch, waar ze de trein zullen nemen naar Brig en het gros van de groep behalve Siegers en Melort die achter gebleven zijn, trekt langs Bettmeralp en Riederalp naar Mörel, vanwaar macadam naar Brig. Na een tocht van 7 uur onder een hevig brandende zon bereiken ze de spoorwegbrug van Brig.

 

Even buiten de stad slaan we ons kamp op aan de oevers van de Rhône en de vier kapituleerders vervoegen ons. 't Avondeten wordt reeds in de schemering gebruikt en na de zegen trekt elke ploeg zich in haar tent terug.

 

Zaterdag 9 Oogst

 

Vroeg in de morgen reeds is Baas Rijk naar Belgie afgereisd. Vandaag slapen we wat langer, dit wil zeggen tot 8 u en niet tot drie en vier zoals het dikwijls het geval was. Wassen, eten, aankopen, bank en poste restante waar een zeker iemand met gazetten geteisterd wordt, vullen de morgen. Een geciviliseerd middagmaal in het buffet van het station herstelt onze menselijke waardigheid die door allerlei conservendoosjes fel had geleden. De Oubaas die zijn “Daube” heeft doen ontploffen, ondervindt dat de wereldbroederschap in onze beweging geen ijdel woord is.

 

14.3O Vertrek naar Zermatt per trein. We volgen de Rhônevallei om deze bij de Visp te verlaten en links de Vispvallei in te zwenken naar Stalden toe. We rijden de Visp langs in haar kronkelende loop. Kunstmatig aangelegde lawinewegen geven ons een beeld van het grote werk dat in dit land het bouwen van een spoorweg vergt.

– Sankt Nîklaus : in de verte de Kleine Matterhorn, de besneeuwde piramide van de Weisshorn.

– Randa : waar voor 't eerst de Breithorn voor ons opdoemt. We hopen hem juist te beklimmen.

– Täsch : de vallei wordt smaller. Tunnels,galerijen en daar verrijst plotseling aan de rechterkant Zwitserland’s hoogste en mooiste berg “ de Matterhorn”.

44 Km – Zermatt : de stad wemelt van toeristen en aan het station is het een gedrum en geroep van hotelportiers die hun klanten naar hun voertuigen roepen: Victoria, Matterhorn, Beau Site ,Monte Rosa, Schweizerhof, Belle Vue....

 

Even buiten de stad zetten wij ons hotel recht aan de oever van de Visp met een heerlijk mooi gezicht op de Matterhorn. Ravitailleren, koken, eten.Met een stemmig kampvuurtje waar onze liederen vrolijk in de avond weerklinken eindigt de dag. Goeden Nacht... Alles is spoedig stil. Alleen de Visp bruist in de duisternis.

 

Zondag 10 Oogst

 

Vandaag is het feest van onze patroonheilige Sint Laurentius. Heilige Mis in het kerkje van Zermatt, dat modern nochtans doordrongen is van de Zwitserse stijl : houtsnijwerk en soberheid.

 

De leiding treft met Max Julen, de gids voor de beklimming van de Breithorn, een laatste overeenkomst voor deze grote tocht. Daarvoor pikte de Oubaas hem gisteren te midden van de gidsenmarkt uit. Na een middagmaal dat voor de Polarhunden uit een zeer chaotische smos bestaat, rusten we allen nog eens extra uit.....en of het deugd gedaan heeft.

 

Een stenengevecht brengt wat afwisseling in een dag van recupereren en een copieus avondmaal verschaft ons de nodige calorieën die in de tocht van morgen tot energie zullen omgezet worden. Aangezien we vandaag reeds veel gerust hebben gaan we wat later slapen;dit wil zeggen om 21 uur.

 

Maandag 11 Oogst

 

Laat uit de veren. 't Is 5.30 u. De Matterhorn rijst in volle glorie, beschenen door de eerste zonnestralen, boven Zermatt uit. De dagelijkse formaliteiten: wassen, koken, inpak gebeuren in een ijskoude temperatuur. Roger Siegers die zijn ouders vanavond in Brig moet vervoegen neemt met een traan in het oog afscheid van de koene alpinisten. Een Handgepäck in de zaal van Zermatt-Bahnhof neemt onze overtollige bullen op en dan denivelleren van 1.600 naar 3.020 m; de Gandegghütte.

 

Onze kelen lijken wel onverzadigbare waterreservoirs, geen enkele bron op onze tocht laten we onverlet. Kristalhelder klatert het water van de rotsen en bruist fris in kleine watervalletjes naar beneden.

 

Steeds steiler slingert het pad zich de hoogte in...Steeds grootser wordt het uitzicht. Beneden links kronkelt, melkwit, de Visp zich door het groene dal dat bestippeld is met hutten en chalets. Links de monding van de Gornergletcher tussen twee bergkammen gewrongen. Voor ons ruwe donkere bergen,beheerst door de onzichtbare majesteit van een Matterhorn in de wolken;. die hem geheel omgeven.

 

12 uur. De inwendige mens eist versterking. Stenen “d'une plattitude remarquable” beschutten ons vuurtje tegen verraderlijke windstoten. 't middagmaal wordt gebruikt terwijl we het maar niet eens kunnen worden, welke ploeg de grootste kwantiteit appelsienen, chocolade enz. . heeft meegebracht. De "Fippen" (merk van Zwitserse sigaretten en van een Fibbofiele ploeg) spannen echter de kroon.

 

't Landschap wordt woester en gevaarlijker ; bruggetjes bestaande uit enkele losliggende stokjes zijn klassiek. We klauteren over granietblokken en resten van schilferlawinen. De weg vinden bij middel van opeen geplaatste stenen, recht opgezette stokken en “last but not least” vergeten overblijfsels van een muilezel.

 

Zo klimmen en kruipen we verder. We wringen ons door smalle kloven, springen van rots tot rots om een bergrivier over te steken en bereiken na een schuifpartij op een klein sneeuwveld het doel van vandaag : de Gandegghütte.

 

't Is 15 uur. Een machtig uitzicht op de Gornergletcher; Castor en Pollux, de Breithorn en de Kleine Matterhorn beloont onze inspanning. Het weder nochtans is niet helemaal van de partij want de reuzen van Wallis en de Matterhorn zijn nog altijd in een wolkenmassa gehuld.

 

De fotoreportage verricht haar werk. Een klein weerbericht : 't is ijskoud hier op 3.000 meter. We deponeren onze rugzakken in het Lager. Rond 17 uur begint er meer volk te komen en van de gletcher en vanuit de bergen lopen allerlei nationaliteiten binnen : Fransen, Zwitsers, Engelsen, Italianen en nog twee Belgen.

 

't Is achttien uur, het bestelde Heisses Wasser verschijnt op tafel. 't Centrum van de kamer wordt door ons in beslag genomen en temidden van dien toren van Babel gebruiken we ons avondmaal.

 

Ondertussen is onze gids aangekomen. Kennismaking en enkele woorden over de tocht van morgen. Plannen worden gemaakt om indien slecht weer (het regent nu) aanhoudt, een andere tocht in te richten naar de Furkrapalp. De gids verwacht nochtans opklaring en verzekert ons indien het enigszins mogelijk is ons naar 4.171 meter te brengen.

 

Op de vraag van de Oubaas om welk uur we morgen zullen vertrekken,antwoordt de gids met het ernstigste gezicht van de wereld: "Um zwei Uhr dreissig mussen wir schon auf dem Wege sein " Dit lokt vanwege onze Oubaas een verbaasd " bitte " uit, waarop Julen zegt : " jawohl um acht Uhr auf dem Gipfel und um ungefähr zehn Uhr sind wir hier zurück ".

 

Wanneer ons dit gemeld wordt acht de nuchtere geest van Fernand Melort het noodzakelijk zo vroeg mogelijk te gaan slapen en reeds om 19.30 u liggen we tussen de dekens.... en tussen twee planken geplooid. Pogingen tot slapen worden door ons allen gedaan maar wanneer miss Universe de rust komt verstoren en de Ferre "shut the door please" uitbrult dan is alles tevergeefs.

 

Dinsdag I2 Oogst

 

2.30u : . Een kaarslichtje komt onze kamer binnengewandeld. Het is onze gids "Uber eine Viertelstunde, das Wetter war gut aber nun regnet es. Kommen Sie doch herunter, der Wind kann umspringen."

 

Ons toilet is in een minimum tijd gedaan en spoedig zitten we rond de pot thee en eten zwijgzaam onze boterhammen, onzeker of het ja dan neen de Breithorn zal zijn.

 

Plots duwt onze gids al lachend de deur open. " Das Wetter ist prima, wir können gehen ". Onze gezichten en vooral dat van de commissaris klaren op. Wanneer de gids onze blote knieën ziet, vraagt hij of we geen lange broeken bij hebben. Op ons ontkennend antwoord zegt hij dat het boven zeer koud is. De Oubaas zegt dadelijk ter onzer verdediging dat we de koude gewoon zijn.

 

Voor de hut : “anseilen” en na een laatste wenk van de Bergführer : "tenez la corde jusque sur le glacier" begint de beklimming van de Breithorn door negen Voortrekkers van 16 die een harde leerschool van volharding en zelfoverwinning zouden meemaken.

 

Ook hier vergeten ze hun leuze niet : hun eigen karakter stalen en overwinnen, zonder morren een gids gehoorzamen en volgen. De Faulhorn, de afdaling langs de Aletschgletscher vanaf Jungfraujoch waren maar repetities, nu de clou van onze tocht. Voorop de gids, zwijgzaam, elke stap uitrekenend en bewust van zijn verantwoordelijkheid.

 

Beschenen door een flauw maanlicht, gaat het van rots tot rots. Er wordt niet veel gepraat, neen daarvoor is het geen tijd. We staan reeds in het midden van de gletcher, donkere schaduwen van bergen op het witte vlak, krakend ijs, 't ochtendgloren in het Oosten, de gids, toonbeeld van ons ideaal voortrekker, een leider van mensen naar hogere toppen, een ijspikkel die hakt, dit alles vormt een onvergetelijk geheel, de onbekende inleiding tot een groot avontuur.

 

Schuin opwaarts klimmen we achter de Kleine Matterhorn de helling op. De toppen der bergen baden reeds in het goudgele zonnelicht. Boven op de helling slaan de verblindende zonnestralen ons tegen. De sneeuw schittert lijk diamant.

 

Voor ons de Breithorn : “nog een half uurtje” zegt de gids. In zigzag trekken we verder. ‘t Is zeven uur. Temperatuur onder 0°. De Oubaas krijgt hoogtekoorts : een beetje rusten en een slok rum en om 7.30 uur bereiken we de 4.171 meter. Fier over deze prestatie genieten we nu van een uiterst indrukwekkend zicht : Mont Blanc, Monte Rosa, Matterhorn, allen schitteren ze in het morgenlicht. Voor ons Zwitserland, achter ons Italië en in de verte Frankrijk. Foto's worden er natuurlijk met massa's genomen en in alle mogelijke posities.

 

Graag bleven we wat langer boven maar bij een koude van circa -5° is stilstaan na een exotherme tocht niet aan te bevelen. Om 8 uur begint in een ijzingwekkende snelheid de terugtocht. Dat de gids haar op zijn tanden heeft zal wel niemand van ons ontkennen. De Aalmoezenier van zijn kant heeft bewezen dat een schuifpartij onder de hoede van Julen voor hem niemendal is. " Qu'est qu'il y a là ? " 't Is Jos zijn koord die aan een rots blijft hangen.

 

We kruisen enkele andere gasten van de Gandegghütte, die ook beklimming wagen. “Grüssli”.Neven de Theodulpas bevinden we ons op Italiaanse bodem. Een Italiaanse skischool trekt ons voorbij. In het midden van de gletsjer ontmoeten we de drie Zwitserse nachtraven die op hun rugzakken gezeten de weg naar de Theodulpas vragen. Heel gedienstig verstrekken we de nodige uitleg en wensen goede reis. Wij gaan verder, zij blijven zitten.

 

Over kloven springen zijn we reeds gewoon maar op het einde van de ijsbank schuift de Oubaas als slot van de tocht nog eens uit. De gids verlost ons van de koorden en over de rotsen (hoe zijn we daar vannacht overgegaan) gaan we terug naar de Gandegghütte.

 

Een tijdsein : 10.15 uur. In Antwerpen beginnen dan onze activiteiten. Een welverdiende rust in de zon, kousen drogen en de gids bedanken (hetgeen de Aalmoezenier en de Oubaas op een alleszins behoorlijke wijze doen) en rond 11.30 u dalen we af naar Zermatt.

 

Aan een bergstroom : het middagmaal, hier ook halen we onze schade in van deze morgen, het toilet. Een waspartij jaagt alle vermoeienis weg. We dalen verder af langs de Schynige Plattegasse. De Aalmoezenier regelt de snelheid van het dalen en fungeert als gids. Wee hem die de stommiteit heeft sneller te gaan. Een der "du der Dumme du " krijgt hij naar het hoofd.

 

In Zermatt zoeken we ons plekje "aan de oever van de Visp" op en een stevig avondmaal is het waardig slot van deze welgevulde dag. Onze gewoonte getrouw liggen we allen reeds om 8 uur tussen de dekens. Goede nacht, de dag heeft weer zijn vreugde gebracht.

 

Woensdag 13 0ogst

 

"Fris" opgeknapt wippen we uit de veren en na de was-, scheer-, en eetactiviteiten voert de trein ons terug naar Brig. Hier wordt de bank met poste-restante en het buffet met onze aanwezigheid geteisterd. Diner van Volkssturmbrot mit Suppe, opgeluisterd door een zangkoor van studenten uit de Elzas en we rijden weeral met de B.L.S. naar Kandersteg waar we een tweetal dagen zullen uitrusten alvorens de definitieve terugreis aan te vangen.

 

Langsheen de Rhônevallei, maar nu aan de rechterkant, rijden we door ontelbare tunnels en galerijen, over viaducten, de berghelling omhoog. Te Hohtenn verlaten we deze prachtige vallei, waarvan de wegen afgeboord zijn met populieren (kenmerk van Wallis), en draaien de Lonzavallei in.

 

Een woest en ruw bergland strekt zich voor onze ogen uit tot Goppenstein. Hier bevindt zich de ingang van de 15 kilometer lange Lötschbergtunnel.

 

Bij 't ravitailleren in Kandersteg ontmoeten we een seminarist uit Neerpelt die ons bereidwillig de weg naar het chalet tonen wil maar daarvoor met een gul woord door een der onzen wordt bedankt. Omwille van enkele technische, ingebeelde moeilijkheden besluit de Commissaris en de Secretaris van maar Bern dadelijk op te zoeken. Men spreekt van capitulatie's maar...."dat den Bob met mij mede naar de statie gaat voor de coupons en tot weerziens in Bern".

 

Met zeven man trekken we naar het chalet waar na allerhande formaliteiten we slaapkamer 46 en keuken 3. toegewezen krijgen. Aan de vlaggenmast wappert naast de Zwitserse, Engelse, Hollandse en Deense vlag fier onze driekleur. Buiten de troep uit Neerpelt immers die op de kampgrond kampeert is er nog een groep uit St Genesius-Rode in het chalet zelf gelagert. In het bezit van een fel gemeubileerde keuken steken we de koppen bijeen om gezamenlijk iets gereed te maken, onze eer als Belg waardig.

 

Onze vriend Jos die zijn tijd in het chalet op een zeer rustige wijze schijnt te willen doorbrengen is maar al vast beginnen te vissen naar zijn....pijp, en waar ?

 

Na een stevig avondmaal waarvan cacao de hoofdschotel is, zingen we heel ons repertorium af terwijl de Piet als een gestileerde afwasser zijn kunde met de nodige elegantie ten toon stelt

 

Een avondwandeling in de bossen van het kampterrein en een bezoek aan de Roverstube, waar we zeer goed ontvangen worden en we nestelen ons in de militaire “beddenmodel” verdieping. Bij een zeer melodieus gewieg en gekraak der bovenste veren vallen een voor een de monden en ogen dicht. Alleen de Ferre wast , schrobt en spoelt zijn hemd en hij heeft er de pak van weg.

 

Donderdag 14 Oogst

 

't Confort overstelpt ons waarlijk met haar voordelen : bed, keuken en nu nog lopend water en douche. Het toilet wordt tot in de puntjes verzorgd en verschoond en geborsteld verschijnen we terug onder de mensen. Alleen de Oubaas wordt zijn onderbroek niet gewoon, dat roos kleurtje en die te lange elastiek ( mysterieuse Umtauschung van de W.T.)

 

Engelsen changen badges en vertellen ons wat hun hobby is in Frankrijk. Patates frites is de inzet van een wedding tussen Melort en Peeters aangaande de lengte van een Schots rokje. 's Middags eten we ons dik aan een “Stumpf mit Zwiebel”.

 

Een wandeling naar de Oeschinensee zal echter deze smos in energie vooral in zweet omzetten. Zonder medelijden krinkelt de weg onder de brandende zon naar omhoog en druppelt het water van onze ruggen op de grond. Met een waar genoegen stappen we aan de Oeschinensee zelf in een bootje en dit roeipartijtje op het koele water frist ons helemaal op. De watervallen aan de overkant van het meer,zijn het doel van het eerste deel van deze ontspanning. Karel en Jos wagen een plonsje in het water maar het is meer een formaliteit

 

De terugtocht gaat in gezwinde pas en na het ravitailleren? in het dorp keren we terug naar het chalet. Een sober avondmaal als tegenhanger van het middagmaal, een algemene schoenkuis en dan de avond in "Alpenrose" , besloten na hevige debatten die door een unaniem aangenomen voorstel van de Oubaas worden afgesloten.

 

Voor het laatst genieten we nog van een heerlijk gezicht op het Berner Oberland in avondschemering en denken onwillekeurig aan wat Gottfried Steuri ons zei : "unsere Berge, sie sind wunderbar".

 

Vrijdag 15 Oogst 0.L.V.Hemelvaart

 

H.Mis bij de scouts van Sint Genesius-Rode. Ontbijt, inpak, inspectie van de Heimatchef die woordelijk getuigt: "Sehr gut, es ist ein Vorbild für anderen" ,afscheid en...we rijden naar Bern. Melort knapt een zaakje van vergeten biljetten op en houdt zich gedurende heel de reis met een Engels gezelschap bezig.

 

De sneeuwtopppen verdwijnen stilaan in de verte. Driemaal rijden we voorbij een elektrische centrale telkens in een andere richting. De Oubaas tracht ons de Blausee aan te wijzen maar het blijft bij een poging. Frutingen....de piramide van de Niesen....Spiez met de Thunersee en reeds rijden we door een slechts heuvelend landschap...

 

Thun, we rijden in het Aardal nog slechts enkele minuten en we snellen Bern binnen. De Aalmoezeniers staan ons in groot ornaat op de kade op te wachten, wederzijdse belevenissen worden verteld ,waarna de Oubaas naar hotel Bristol geloodst wordt. Wat de architectuur der straten betreft is Bern zeer eigenaardig. Bijna alle voetpaden zijn overdekt. Pompen in het midden van de rijweg die een melkboerinnetje, een doedelzakspeler en een kindereter voorstellen, geven aan de stad een zeer typisch karakter.

 

Bondspaleis, de brug over de Aar en de beren (oorsprong van de naam Bern) zijn andere bezienswaardigheden. Vooral de kathedraal in Gotische stijl opgetrokken, is een bezoek waard. Een zeer eigenaardig beeldhouwwerk dat het laatste oordeel voorstelt, versiert de monumentale ingangspoort.

 

Een gemeenschappelijk diner in het Hauptbahnhof brengt ons een stap verder in de civilisatie.'s Namiddags krijgen we de gelegenheid om de laatste inkopen te doen : horloges, muziekinstrumenten, zakdoeken en sjerpen staan in ieders belangstelling. Piet Peeters en de secretaris trekken naar de Bierquelle.

 

Om 16.30 uur trekken we naar de trein voor Basel. Hier wordt een roerend afscheid genomen van de leiding die per vliegtuig naar Belgie terugkeren zal. Piet Peeters tracht, door allerlei anticyclonale storingen te voorspellen, onze geestelijke en wereldlijke overheid van haar besluit te brengen maar.....een handgewuif en "tot in 't lokaal".

 

Jos Braekmans weet onze neerslachtigheid gauw weg te tokkelen en "cheerio" afgewisseld met "tien kleine negertjes" doen aan geen leiders "lijders" meer denken. Te Basel wordt weer gebuffeteerd, maar de spaghetti die ons daar voorgeschoteld wordt, valt niet in de smaak van Melort die een fromage croûte verkiest.

 

Een wandeling door de verlichte stad en rond 10.30 uur komen we met het grootste gemak doorheen de “Zoll” en de “déclaration de devises”.

Na een gesprek met een Zwitserse V.T ? die naar de Jamboree trekt, koersen we naar een bis-trein en komen in een slecht verlicht coupé terecht. Dank zij het technisch vernuft van Piet Peeters worden we dra door een verblindend licht overgoten en zet "Jos Braekmans and his Boys" zijn uitzending voort.

 

Onze trein ondergaat allerlei manoeuvres en met 53 minuten vertraging wordt de definitieve terugreis aangevat. Aangezien de nacht nog lang duren zal, zoeken we een geschikt plaatsje op. Weldra ligt iedereen in een dobberende slaap hetzij op de vloer, hetzij op de banken. Half slapend rijden we Bettembourg binnen. Pogingen tot wassen. De inwendige mens krijgt ook zijn deel en te Luxemburg nemen we onze revanche van de heenreis : een “quetsch” kikkert ons op.

 

Reeds bollen we op vaderlandse bodem en we herkennen onze goede oude Ardennen. Jemelle brengt sensatie : de remmen van onze wagon zijn geblokkeerd en het scheelde weinig of we hadden kunnen blussen. Chimay,...Namen. ..Ottignies. Algemene versassingsfeesten der valiezen ; er verdwijnt er zelfs een op mysterieuze wijze.

 

Brussel...Rood Grijs heeft een tocht vol avonturen en topprestaties achter de rug. We scheiden want enkele gaan met de bommel, andere met de expres naar de Sinjorenstee.

 

Gelukkig en fier over deze enige tocht snorren we met het electrikske doorheen de "Lage Landen':. Met weemoed denken we aan wat we enkele uren geleden verlieten. Neen, dat zullen we nooit vergeten. Een onuitputtelijke bron van herinneringen zal ons immer bijblijven ; een wonderlijke reis die steeds in ons geheugen zal geprent zijn. Dank hiervoor aan de leiding, die haar beste krachten heeft gebruikt om van de reis "de tocht der tochten " te maken.

 

Broer V.T. een zaak blijve U vooral uit deze tocht immer bij : met koorden aaneen op elkaar vertrouwend, hebben we gevaren getrotseerd en hinderpalen overwonnen. De ene hield de andere op het rechte spoor. Hoe hebben we de nietigheid van ons alleen zijn niet ingezien. Dat ook in de harde levensstrijd deze band altijd blijve voortbestaan en dan zal hetgeen we zo dikwijls zingen voor ons werkelijkheid zijn

 

LEGT ALLEN TROUW DE VRIENDENHAND

IN VRIENDENBAND TE GAAR

EN BINDE VAST DEES VRIENDENBAND

ONS HARTEN BIJ ELKAAR

 

 

Bob Van Steenkiste

Zomer 1947